Optimistisch als ik ben dacht ik dat het wel te negeren was. Dat als ik zou doen alsof er niks aan de hand was en gewoon door zou gaan met leven, ik er het minste last van zou hebben. Niets blijkt minder waar. Ik moet het onder ogen komen, pfeiffer, en dat valt me toch wel zwaar: halve dagen naar school, niet hockeyen, fietsen of dansen en geen feestjes.
Het enige wat ik nog bijna erger vind dan het ziek zijn, is het medelijden dat erbij komt kijken. Misschien maak ik dat met zo’n zeikblog -mijn excuses trouwens- alleen maar erger, maar het moet er even uit. Dat iemand een keer medeleven toont, prima. Soms zelfs fijn. Maar ik hoef niet, en dan ook echt niet, elke dag te horen hoe zielig een iemand mij vindt.
Misschien is het omdat het er dan weer ingewreven wordt dat het echt zo is. Misschien ligt het aan de persoon in kwestie. Of misschien is het omdat ik het weg wil stoppen, er niet aan wil denken en al helemaal niet over wil praten, omdat het zo gevoelig ligt. Ik doe maar stoer, maar op sommige momenten heb ik het er toch wel zwaar mee. Ik ben bang voor wat komen gaat. Nu, na 4 weken ziek te zijn geweest, word ik al gek. Mijn sociaal leven staat op lager pitje en ik ga met de dag weer verder achterlopen met school.
Nu pas besef ik hoe veel ik eigenlijk deed: bijles geven, hockeyen, dansen, polderkamp organiseren, dansen voor de glamournight, pre-university, natuurlijk gewoon school en daarnaast ook nog regelmatig afspreken met vriendinnen en af en toe een gezellig feestje. En nu moet ik 95% daarvan ineens laten. Plus elke dag horen hoe vervelend dat toch voor me moet zijn. En toch weet ik elke keer weer niet hoe ik moet reageren. Bah. Haat aan Pfeiffer en medelijden.
Zo. Dat lucht op. Vanaf nu weer wat vrolijkere blogjes.





